Op zaterdag 3 oktober 2026 was TUNAFASI te gast op de partnerdag van Stichting Vrienden van Effatha, om een keynote en een workshop te verzorgen over het thema ‘exit’. Hoe werkt een exit, welke rol speel je en wat zijn de uitdagingen en kansen? Hoe zorg je ervoor dat het werk en de impact doorgaan, ook als jij er niet meer bij betrokken bent? Het werd een waardevolle dag vol eerlijke gesprekken, uitwisseling, zelfreflectie en kritische vragen, met als rode draad: ieder einde is een nieuw begin elders.
‘Mensen ontwikkelen zichzelf’
De dag begon met een keynote van Betteke de Gaay Fortman. Betteke groeide op in Zambia en werkt al zo’n 25 jaar als ontwikkelingsdeskundige in Latijns-Amerika, Nepal, Bangladesh en DR Congo. In haar werk staat de vraag centraal hoe ontwikkelingsprogramma’s doorgaan nadat externe steun stopt. Gaandeweg ontdekte ze de kracht van een ondernemend perspectief op ontwikkeling: met zo min mogelijk middelen een zo groot mogelijke impact bereiken, geld uitgeven alsof het je eigen geld is, en ervoor zorgen dat eigenaarschap en verantwoordelijkheid bij de gemeenschappen en overheden zelf liggen. Ze liet zich inspireren door initiatieven in India, waar projecten al verder waren met duurzaamheid en exitstrategieën. Daarnaast leerde ze het gedachtegoed kennen van de Burkinese filosoof Joseph Ki-Zerbo: ‘Je kunt mensen niet ontwikkelen, je kunt ze alleen de ruimte geven om zichzelf te ontwikkelen.’ Ontwikkeling komt van binnenuit en begint bij een vast geloof in de kracht van de ander.
Betteke vertelde over haar werk in Nepal, waar Karuna Foundation het Disability Prevention and Rehabilitation Programme (DPRP) opzette. Het programma heeft als doel om de bestaande gezondheidszorg, het onderwijs en de sociale voorzieningen te versterken op het gebied van ‘disability inclusion’, zodat ook kinderen met een beperking toegang krijgen tot basiszorg en een waardiger leven kunnen leiden. Vanaf het begin was er een duidelijke exitstrategie ingebouwd en afgesproken. Het programma begon in een paar dorpen en is inmiddels opgeschaald naar een hele provincie, waarbij de overheid de volledige leiding heeft genomen.
Die verankering is ook zichtbaar in DR Congo, waar de Congolese ngo ADED de DPRP aanpak heeft gecontextualiseerd in Oost-Congo. CBR-medewerkers (Community-Based Rehabilitation - revalidatie in de gemeenschap) bestonden eerst niet in het Congolese systeem; nu zijn ze erkend, betaald en onderdeel van het primaire zorgsysteem. Lokale stuurgroepen vergaderen en nemen besluiten, ook zonder ADED aan tafel.
Je eigen rol overbodig maken
Een goede exit vraagt onder meer de moed om je eigen rol overbodig te maken. Dat klinkt eenvoudig, maar Betteke vertelt in haar keynote hoe moeilijk dat kan zijn. Dat geldt vooral voor particuliere initiatieven in de ontwikkelingssector die vaak jaren geleden zijn opgezet. Voor de betrokkenen zijn de projecten die ze steunen vaak een levenswerk, waar ze hun ziel en zaligheid in hebben gestoken. Loslaten kan dan al snel voelen als afscheid nemen.
Toch roept dit een kritische vraag op: wiens ontwikkeling is het eigenlijk? Ontwikkeling zou niet van buitenaf moeten worden aangestuurd; die moet van binnenuit komen, vanuit de mensen en gemeenschappen zelf.
Een stap terugzetten betekent niet dat het werk er niet meer toe doet. Integendeel: het betekent erop te vertrouwen dat het werk kan blijven groeien en bloeien zonder externe steun. Het werk is tenslotte nooit echt ‘van ons’: verantwoordelijkheid en eigenaarschap liggen bij degenen die het voortzetten. Jezelf overbodig maken betekent dat eigenaarschap, besluitvorming en verantwoordelijkheid bij lokale partners, gemeenschappen en overheden moeten liggen.
Dat vraagt om een voortdurende balans tussen nabijheid en afstand, tussen betrokkenheid en loslaten. Het betekent vertrouwen hebben in lokale partners, vanaf het begin een exitstrategie inbouwen, regelmatig reflecteren op rollen en verantwoordelijkheden, en durven accepteren dat stoppen een optie is. Mensen ontwikkelen immers zichzelf.
In gesprek over exit
Na de keynote gingen de deelnemers in kleine groepjes met elkaar in gesprek. Er waren geen goede of foute antwoorden; het ging om eerlijke reflectie, het uitwisselen van lessen en ervaringen, en brainstormen over nieuwe ideeën.
Vooral de vraag wat het woord exit met je doet, maakte veel los. Er werd gesproken over onzekerheid en niet weten wat er uitkomt. Maar ook over de ruimte die ontstaat als je loslaat: ruimte voor lokaal eigenaarschap, voor nieuwe kansen en voor het bereiken van meer gemarginaliseerde groepen. De term zelf zorgde ook voor enige verwarring, en verschillende deelnemers vroegen zich af of een ander woord misschien beter zou passen. Deelnemers dachten na over hun eigen rol en over welke kleine stap ze kunnen zetten om die rol kleiner te maken.
De rol van de overheid kwam steeds weer terug in de gesprekken. De overheid vanaf het begin betrekken is essentieel voor een duurzame exit, maar roept ook lastige vragen op. Wat doe je als het bestuur zwak is of ontbreekt, of als er zorgen zijn over corruptie? Hoe benader je een overheid met weinig capaciteit of interesse? Een belangrijk inzicht was dat dit vragen zijn die een lokale organisatie moet oplossen. Zij werken rechtstreeks met hun gemeenschap en overheid, en zij lobbyen en pleiten voor verandering. De rol van een externe partner is om te faciliteren, te stimuleren en ruimte te geven aan lokale behoeften, ideeën en eigen benaderingen van ontwikkeling.
Tijdens de dag werd ook een deel van de documentaire Mabele na Biso (‘Ons land’) vertoond, van de Congolese filmmaker Petna Ndaliko Katondolo van Alkebu Film Productions. De film laat zien hoe begrippen als ‘hulp’, ‘afhankelijkheid’ en ‘onafhankelijkheid’ vaak bepalen hoe het Westen naar het mondiale Zuiden kijkt en zich ertoe verhoudt. Maar wat betekent onafhankelijkheid eigenlijk in een steeds meer geglobaliseerde wereld? De film onderzoekt die vraag aan de hand van het werk van GOVA (Association of Villages’ Organisation of Self-Development) in Isangi, in de provincie Tshopo in DR Congo. Daar hebben dorpen een zelfvoorzienende gemeenschap opgebouwd die haar eigen middelen en ontwikkeling beheert. De documentaire biedt een lokaal perspectief op leiderschap, ontwikkeling en westerse ontwikkelingshulp, en is een mooi vertrekpunt om te praten over hoe exit en eigenaarschap er in de praktijk uitziet. Bekijk de documentaire hier.
Zaadjes geplant
De dag werd afgesloten met een plenaire sessie, waarin elk groepje deelde wat het meenam uit de gesprekken. TUNAFASI hoopt dat er kleine zaadjes zijn geplant. Kleine zaadjes voor nieuwe gesprekken binnen de eigen organisaties, met partners , over hoe het werk dat hen zo na aan het hart ligt kan doorgaan, ook zonder externe steun. Ieder einde is tenslotte een nieuw begin elders.

.jpeg)


